Welke dieren en planten worden onderzocht?

Ten oosten van spaarbekken De Gijster onderzoeken biologen van Bureau Waardenburg of de volgende planten en dieren voorkomen:

  • hogere planten: spindotterbloem, daslook, tongvaren en drijvende waterweegbree
  • kleine zoogdieren: voorkomen van Noordse woelmuis en waterspitsmuis
  • verblijfplaatsen van vleermuizen
  • vogelsoorten en beschermde nestplaatsen, broedvogels met een instandhoudingsdoel
  • beschermde vissoorten in het gebied

Hogere planten

Spindotterbloem en daslook zijn typische voorjaarsplanten, die in april bloeien en dan goed te herkennen zijn. Daarom bekijken de onderzoekers het voorkomen van deze planten in die periode. Hetzelfde gebeurt bij de tongvaren. De tongvaren is het gehele jaar goed herkenbaar, maar in het voorjaar is het gebied minder dichtbegroeid en is de varen gemakkelijker te vinden.

De drijvende waterweegbree komt voor in de kreken en is in juli en augustus goed herkenbaar. In deze maanden onderzoeken de biologen of deze waterplant voorkomt in de de wateren die vlakbij het werkgebied liggen.

Kleine zoogdieren

De Noordse woelmuis en de waterspitsmuis zijn strikt beschermde soorten. De aanwezigheid van deze diersoorten onderzoeken de biologen met behulp van life-traps. Deze vallen bevatten wat hooi en zijn voorzien van een aantrekkelijk mengsel van onder andere meelwormen, pindakaas en schijfjes wortel. De vallen staan eerst twee dagen open, zodat de muizen kunnen wennen aan de aanwezigheid van de vallen en zich bewust worden dat er wat te halen valt. Na twee dagen zetten de onderzoekers de valletjes op scherp en controleren deze vervolgens ’s ochtends en ’s avonds. Gevangen muizen laten ze weer los.

De vallen worden met een tussenruimte op een lange rij gezet in geschikt leefgebied voor de Noordse woelmuis en waterspitsmuis. Op deze wijze kunnen de onderzoekers met grote zekerheid vaststellen of deze muizen wel of niet voorkomen.

Verblijfplaatsen van vleermuizen

Daarnaast wordt het werkgebied onderzocht op geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Dit doen de onderzoekers op twee manieren:

  • gebruik van batdetectoren, waarmee zij roepende vleermuizen vaststellen. Vleermuizen maken namelijk gebruik van sonar voor hun oriëntatie. Deze sonar kunnen ze met behulp van de dectoren omzetten in voor mensen hoorbare geluiden;
  • het bekijken van de bomen in het plangebied op de aanwezigheid van geschikte holten en losse stukken schors.

Vogelsoorten

Verschillende vogelsoorten zijn niet of slecht in staat eigen nestplaatsen te bouwen. Dit geldt bijvoorbeeld voor steenuil en kerkuil, die vrijwel uitsluitend in natuurlijke holten of nestkasten broeden. Het aantasten van een natuurlijke holte die gebruikt wordt als vaste rust- en verblijfplaats, kan betekenen dat het broedvogelpaar het gebied moet verlaten. Het is dus belangrijk om te kijken of er in het gebied broedvogelsoorten voorkomen, waarvan de rust- en verblijfplaats jaarrond beschermd is.
Door in het voorjaar, als er nog geen blad aan de bomen zit, de bomen te controleren op de aanwezigheid van nesten, verkrijgen de onderzoekers snel een overzicht of er potentieel geschikte nesten in het gebied aanwezig zijn.

In de Biesbosch komen ook verschillende broedvogelsoorten voor met een instandhoudingsdoel zoals de blauwborst, snor, rietzanger, ijsvogel en porseleinhoen. Onderzoekers waren in 2014 verschillende malen in het gebied om de aanwezigheid van deze broedvogelsoorten vast te stellen. Hierbij letten zij op territoriaal gedrag of ander gedrag dat wijst op broeden. Denk hierbij aan een ijsvogel die een vis naar een nestholte brengt.

Vissen

In de Biesbosch komen beschermde vissoorten voor die voornamelijk de grote wateren gebruiken zoals de zalm en fint, en beschermde vissoorten die gebonden zijn aan de kleinere wateren, zoals de grote en kleine modderkruiper en de bittervoorn.

Het onderzoeken van de kleine wateren gebeurt op twee manieren:

  • op regelmatige afstanden bemonsteren van de sloten met een steeknet;
  • het uitzetten van fuiken in de sloten en het dagelijks controleren hiervan. Gevangen vissen worden in de sloot teruggezet.

In de grotere wateren onderzoeken de biologen met een steeknet welke vissoorten voorkomen.

Klik op de afbeeldingen voor het fotoalbum

brabantwater evides wbb